Winterkoninkje

Troglodytes troglodytes

Het verhaal van de winterkoning

Zijn wetenschappelijke naam, Troglodytes troglodytes, betekent holbewoner. Een verwijzing naar het bolvormige nest van deze kleine vogel. We hebben het over het winterkoninkje, ook wel winterkoning genoemd. Het winterkoninkje is een van de meest algemene broedvogels van Nederland. Je kunt hem dan ook overal in het land tegenkomen.

Het winterkoninkje is het op één na kleinste vogeltje van Europa, alleen de goudhaan is kleiner dan hem. Hij komt wat nerveus over met zijn steeds op en neer gaande staart, drukke vliegbewegingen en druk rondscharrelend op de grond opzoek naar insecten.

Ondanks dat zijn naam anders doet vermoeden, is het winterkoninkje alles behalve dol op de winter en koud weer. Sterker nog, veel winterkoninkjes overleven de koude winter zelfs niet. Dat kan ook bijna niet anders, want hij weegt maar ongeveer 9 gram en verliest in de winter gewicht door de kou. Maar hoe kan het dan zijn dat hij de koning van de winter wordt genoemd?

Hoe komt de winterkoning aan zijn naam?

Volgens een oude legende waren de vogels op zoek naar een eigen koning. De leeuw is dan wel de koning der dieren, maar de vogels wilde een eigen koning. Een vogel die moedig is. En dat is natuurlijk de vogel die het hoogst kan vliegen van allemaal. Vele vogels waagden een poging en vlogen zo hoog als ze konden. Maar de gier overtrof hen allen. Hij vloog kilometers hoog de lucht in tot de overige vogels hem bijna niet meer konden zien.

Toen hij niet meer hoger kon, zag de zelfverzekerde gier al zijn overduidelijk overwinning. Plots kwam er echter een piepklein vogeltje tussen de vleugels van gier vandaan. Dit kleine vogeltje vloog nog enkele meters hoger. Eenmaal beneden aangekomen, moesten de andere vogels wel het kleine vogeltje tot koning der vogels kronen.

Hier waren de meeste vogels het echter niet mee eens, want het vogeltje had immers valsgespeeld door een heel stuk mee te liften op de vleugels van de gier. Die gier kon de moed van het kleine vogeltje echter wel waarderen. Daarom werd besloten dat het kleine vogeltje de koning van de winter mocht zijn, want dan waren veel vogels vertrokken, en de gier de koning der vogels.

Het is natuurlijk een prachtig verhaal, maar de waarheid zal het niet zijn. Hoe de winterkoning echt aan zijn naam is gekomen, is tot op heden onbekend. En dat is merkwaardig, dus wie weet is het verhaal meer dan een legende. Scroll verder naar beneden om nog een andere legende over de winterkoning te lezen.

De kenmerken van het winterkoninkje

Zoals we al eerder aangaven is het winterkoninkje één van de kleinste vogeltjes van ons land. Hij is maar 9 tot 10 centimeter groot en weegt maar zo’n 9 gram. Zijn kenmerkende omhoog staande staartje geeft hem een wat grappig uiterlijk.

Hij is roodbruin van kleur met een lichte streep boven zijn oog. Ook heeft hij fijne donkerkleurige streepjes op zijn lijf. Het winterkoninkje heeft een spanwijdte van ongeveer 17 centimeter en vliegt met snelle vleugelslagen laag boven de grond. Hij vliegt driftig van struik naar struik en scharrelt als een muis over de grond opzoek naar voedsel. Hij heeft een kleine spitse snavel en dunne, fijne pootjes.

Ondanks zijn zeer kleine formaat, kan hij veel geluid produceren en is dan ook luidruchtig aanwezig in parken en bossen. Ook is hij hyperactief. Het winterkoninkje heeft een prachtige heldere, maar vooral luide zang die je vast wel eens vaker gehoord hebt. Zelfs in de winter blijft hij doorzingen, als alle andere zangvogels allang zijn gestopt of vertrokken zijn naar warmere oorden.

We gaven al eerder aan dat de winterkoning zeer slecht tegen strenge winters kan. Bij koud weer zoeken de kleine vogeltjes elkaar op en blijven dicht bij elkaar om te schuilen en warm te blijven. Ook slapen ze op deze manier om warm te blijven. Meestal bestaat zo’n groepje van winterkoninkjes uit minder dan tien vogeltjes. Toch kunnen ze soms grotere groepen vormen. Het record staat tot nu toe op een groep van 61 vogeltjes.

“Een winterkoninkje maakt gemiddeld zes nestjes, maar er zijn ijverige mannetjes bekend die er een stuk meer bouwen.

Het leefgebied van het winterkoninkje

Het winterkoninkje komt overal in Nederland voor. Zolang er maar voldoende beschutting voor hem is om een nest te kunnen bouwen. Hij heeft een voorkeur voor bosrijke gebieden omdat hij zich daar goed kan verschuilen. Toch kan je hem ook goed in woonwijken met veel bomen tegenkomen, als ook in moerrassen en duinen met veel struweel. Zelfs in groene binnensteden wordt de winterkoning regelmatig gezien. De stelregel voor het winterkoninkje is toch wel: veel groen en beschutting. Hij komt dus ook voor in tuinen met veel struiken en bomen.

Toch zullen ze minder snel op voedertafels en voedersilo’s afkomen dan andere vogels. Ze struinen namelijk graag over de grond en houden dus van beschutting. Strooi voor de winterkoning dus wat voedsel onder bomen en struiken. Zeer net aangeharkte tuinen is iets waar het winterkoninkje niet van houdt. Dus wil je hem graag in je tuin, zorg dan voor veel groen en laat bladeren, takken en andere natuurlijke materialen rustig liggen. Niet alleen de winterkoning zal je dankbaar zijn, maar ook veel andere dieren en insecten.

Europa

Hij komt niet alleen in Nederland veelvuldig voor, ook in de rest van Europa is de winterkoning een veel geziene bewoner. Behalve in het hoge noorden waar strenge winters heersen en het zelfs in de zomer niet al te warm is. Ondanks dat Nederland niet bekend staat om zijn milde winters vol zonneschijn en heerlijke temperaturen, blijft het winterkoninkje het hele jaar in ons land. Hij is dus een standvogel en vertrekt in de winter niet naar warmere oorden.

Winterkoninkjes uit Scandinavië en het Oostzeegebied trekken ieder jaar over ons land op weg naar een warmer oord om te overwinteren. Zij vinden onze winters nog altijd te koud. Veel winterkoninkjes sterven dan ook in de winter vanwege de vorst en onvoldoende insecten om te eten. Toch blijft de populatie al jaren in stand en is het geen bedreigde vogelsoort. Dit komt omdat de winterkoning meerdere legsels per jaar heeft en meerdere eieren uitbroedt.

Het leven van een winterkoning

Het mannetje begint rond half april met het maken van meerdere nesten op verschillende plekken. Dit doet hij in oude boomholten, in een klimop, in stapels takken of in struiken. Behalve op deze ‘gewone’ plekken, kan de winterkoning ook nestjes maken op ongewone plekken. Zo zijn er nestjes ontdekt in schuurtjes en bij tuinslangen. Maar ook in de jas van een vogelverschrikker, in blikjes en in de vouwen van een kerkgordijn.

Hij maakt gemiddeld zes nestjes, maar er zijn ijverige mannetjes bekend die er een stuk meer bouwen. Het record staat tot nu op twaalf nestjes gemaakt door één Nederlands winterkoninkje gedurende één broedseizoen.

Voor hij begint met het bouwen van het nest gaat hij op zoek naar geschikte locaties. Zodra hij er een gevonden heeft, begint hij met het bouwen van een diep nest in de vorm van een rechtopstaand ei. De ingang bevindt zich aan de zijkant van het nest. Het nest wordt gemaakt van takjes. De buitenkant wordt bekleed met onder andere mos en gras. Af en toe zijn er winterkoninkjes die zich helemaal uitsloven en een nest van twee verdiepingen bouwen. In het grotere bovengedeelte worden de eieren uitgebroed en het onderste deel van het nest is om te slapen.

Op zoek naar een partner

Na het bouwen gaat hij op zoek naar een partner. Dit doet het winterkoninkje door zijn luidruchtige stem op te zetten en zo driftig te fluiten dat zijn hele lijfje meebeweegt. Zo probeert hij een vrouwtje dat in de buurt is te verleiden. Met een soort ratelend geluid probeert hij contact te leggen met een vrouwtje dat op zijn gefluit is afgekomen.

Is het gelukt om het vrouwtje voor zich te winnen? Dan neemt hij haar mee naar de door hem gebouwde nestjes. Het vrouwtje inspecteert ze allemaal nauwkeurig en kiest het in haar ogen beste nest uit. Zij zal vervolgens het nestje afwerken door het aan de binnenkant te bekleden met zacht materiaal als vachtharen en veertjes.

Van half april tot juli is het broedseizoen van de winterkoning. Ze hebben twee legsels per jaar met gemiddeld vijf tot zeven eieren. De eitjes van het winterkoninkje zijn wit van kleur met roodbruine vlekjes. De eitjes zijn 16 bij 12 millimeter groot. Het broeden duurt zo’n 15 dagen.

Een echte charmeur

Terwijl het vrouwtje op de eieren aan het broeden is, gaan sommige mannetjes nog meer vrouwtjes proberen te lokken naar een van de andere nestjes. Zo kan het voorkomen dat een mannetje meerdere vrouwtjes heeft die op een van zijn nestjes zit te broeden. Dit is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid voedsel dat te vinden is in zijn territorium. De helft van de mannetjes is echter monogaam en houdt het bij één vrouwtje. De andere helft van de mannetjes heeft twee tot vier vrouwtjes.

Na 13 tot 15 dagen broeden komen de eitjes van de winterkoning uit. Beide ouders voeren de jongen nog zo’15 tot 18 dagen op het nest. Vervolgens vliegen de jongen uit. Tot zo’n 18 dagen na het uitvliegen blijven beide ouders de jongen van voedsel voorzien. Na die tijd zijn de jongen zelfstandig en gaan ze hun eigen weg.

De nestjes die gebouwd zijn door het mannetje en die niet gekozen zijn door zijn vrouwtje(s), worden niet zomaar achtergelaten. De overige nestjes dienen als speelplek en slaapplek voor de vogeltjes.

Wat eet een winterkoninkje?

Een winterkoninkje eet voornamelijk kleine insecten zoals rupsen, larven en duizendpoten. Maar ook zaadjes eet het winterkoninkje graag. De kleine insecten worden van takjes en blaadjes gepakt die dicht boven de grond groeien.

Het winterkoninkje zoekt zijn voedsel laag bij de grond tussen struikgewas, bladeren en takjes. Met hun fijne snavel pikken ze gemakkelijk insecten van de grond. Je ziet het winterkoninkje dan ook vaak als een muisje tussen de bladeren op en neer struinen. Omdat ze zo klein zijn, hoor je ze meestal eerder dan dat je ze ziet. Of denk je dat er een muisje tussen de bladeren aan het ritselen is, maar het kan dus zomaar een winterkoninkje op zoek naar insecten zijn. Ook kan het winterkoninkje met zijn fijne snaveltje insecten tussen smalle spleetjes van een boomschors pikken.

Wil je de vogeltjes naar je tuin lokken? Dat is zeer goed mogelijk! Met name in de winter hebben ze het moeilijk en komen ze graag naar tuinen om voedsel te zoeken. Een winterkoninkje eet graag meelwormen. Zorg dat deze op de grond liggen of op een voederplank. Zoals je net hebt kunnen lezen zoekt een winterkoninkje op de grond naar eten.  Zorg ook dat je tuin niet te opgeruimd is. Kleine insecten nestelen zich in boomschors en tussen takjes en bladeren op de grond. Laat dit liggen en het winterkoninkje kan zelf aan zijn eten komen.

winterkoninkje

“Een winterkoninkje eet graag kleine insecten zoals rupsen en spinnetjes. Laat in de winter bladeren en takjes op de grond liggen, zodat het winterkoninkje hier naar eten kan zoeken om de winter door te komen.”

De legende van de winterkoning

Eeuwenlang werd gedacht dat iemand die een winterkoninkje zou vermoorden of slecht zou behandelen vervloekt zou worden. Degenen die de eieren zou stelen zou slachtoffer worden van de duivel of van heksen. Heb je een winterkoning vermoord? Dan zou je hand voor altijd blijven trillen. Het winterkoninkje werd namelijk gezien als geluksbrenger. Ook zou hij over magische krachten beschikken. Zo’n magisch vogeltje dat geluk brengt mag je dus nooit pijn doen volgens de legende zonder en zwaar voor gestraft te worden.

Wil je meer prachtige natuurverhalen lezen over de meest uiteenlopende dieren, vogels en planten? Lees dan onze andere verhalen over bijvoorbeeld de buizerd, de hermelijn of de koolmees. Wil je zelf eens een winterkoninkje spotten? Bekijk dan op waarneming.nl waar hij vaak gezien wordt.

Wolfspoot

ONTDEK DE PRACHTIGE NEDERLANDE NATUUR