De koolmees

Parus major

Het verhaal van de koolmees

Het is misschien wel de bekendste vogel van Nederland: de koolmees. Iedereen met een groene tuin ziet hem regelmatig verschijnen. De koolmees valt onder de mezen, net als onder andere de pimpelmees, de zwarte mees en de matkop.

Over de pimpelmees gesproken, veel mensen verwarren de koolmees met de eveneens veel geziene pimpelmees. Toch zijn er duidelijke verschillen tussen de twee. Zo is de koolmees groter dan de pimpelmees en is de pimpelmees kleurrijker dan de koolmees. Zodra je het verschil weet, zul je je nooit meer vergissen tussen de twee.

De koolmees is een zogenaamde standvogel. Dit wil zeggen dat hij het hele jaar door in Nederland blijft. Hij trekt dus niet naar warmere oorden, maar blijft gedurende de hele winter in ons land. Toch zijn er koolmezen die wél een lange tocht aangaan naar een warmere leefomgeving in de winter. Echter komen deze koolmezen voornamelijk uit landen met strenge winters als Scandinavië, Oost-Europa en zelfs Rusland. Ze ontvluchten deze koude winters en komen overwinteren in ons land, of ze vliegen verder door naar het zuiden. Deze najaarstrek van de koolmees uit andere landen vindt plaats tussen half september en half november. Het hoogtepunt is rond half oktober. De overwinteraars vliegen tussen half februari en half april weer terug.

Kenmerken van de koolmees

De koolmees herken je aan zijn zwarte kopje met witte wangen. Zijn lijf is geel en hij heeft een zwarte streep van boven tot onder lopen over zijn borst. Deze zwarte streep is bij mannetjes breder dan bij vrouwtjes. Ook is de gele kleur feller bij een mannetjes koolmees dan bij een vrouwtjes koolmees.

De koolmees is 13,5 tot 15 centimeter groot en heeft een spanwijdte van 22,5 tot 25,5 centimeter. Een volwassen koolmees weegt ongeveer 17 gram. De koolmees wordt ongeveer 10 jaar oud, mits goede leefomstandigheden. Van een geringde koolmees is bekend dat hij 15 jaar oud is geworden en de schatting is dan ook dat koolmezen zelfs nog een stuk ouder kunnen worden dan 15 jaar.

Koolmezen zijn groter dan de gemiddelde mees en daardoor is hij ook een stuk minder behendig. Waar een pimpelmees gemakkelijk kan hangen aan een voedersilo om er uit te eten, eet een koolmees liever van de grond. Ook een voedertafel of voederhuisje vindt hij wel zo prettig.

koolmees

Leefomgeving

De koolmees komt overal in Nederland voor. Ze hebben met name een voorkeur voor loofbossen, maar ze zijn ook in stedelijke gebieden, tuinen en parken te vinden. Vooral huizen met natuurlijk ingerichte tuinen zullen vaak bezoek krijgen van dit mooie vogeltje.

De enige plek waar je ze niet snel zult aantreffen is bij grote open vlaktes zonder bomen en struiken. Hier zullen ze niet genoeg nestgelegenheden en voedsel vinden. Koolmezen maken namelijk graag hun nest in de holte van een boom. Ook maken ze dankbaar gebruik van nestkastjes bij mensen in de tuin. Een nestkastje speciaal voor koolmezen ophangen is dan ook zeker aan te raden.

De koolmees is niet bepaald schuw, daarom zie je ze ook veelvuldig in tuinen van mensen. Ze eten graag van voedertafels en het is zelfs mogelijk dat een koolmees zo uit je hand komt eten.

Ondanks dat je de koolmees vrolijk en actief ziet fladderen in je tuin, zijn ze niet bepaald reislustig. De koolmees kan zijn hele leven lang op ongeveer dezelfde plek blijven. Behalve, zoals we eerder al benoemde, de koolmees die de strenge winters van zijn land ontvlucht. Zij kunnen duizenden kilometers van huis vliegen om te overwinteren. De Nederlandse koolmees blijft op zijn eigen plek dankzij de relatief milde winters in ons land. Ze trekken in de winter wel meer naar elkaar toe en leeft samen met andere mezensoorten.

Opvallend is dat koolmezen die in stedelijk gebied leven, hoger zingen dat de koolmees die in een bosrijke omgeving woont. De koolmees in stedelijk gebied moet namelijk proberen boven het stadslawaai uit te komen. Zijn soortgenoot die in een bos woont zingt dus lager dan een koolmees in een stadse omgeving. Echter kan dit wel een probleem opleveren. Een vrouwtjes koolmees heeft namelijk een voorkeur voor een mannetje met een lage zang.

“Zodra het tijd is om een partner te zoeken begint de mannetjes koolmees meer te zingen. Hiermee probeert hij indruk te maken op het vrouwtje en haar te lokken.

Op zoek naar een partner

Zodra het tijd is om een partner te zoeken begint de mannetjes koolmees meer te zingen. Hiermee probeert hij indruk te maken op het vrouwtje en haar te lokken. Maar ook met de brede zwarte band op hun borst proberen ze te imponeren.

Een van de meest bijzondere kenmerken van de koolmees is dat ze uv-licht kunnen zien. Dit is zeldzaam want de meeste dieren kunnen dit niet. Het vrouwtje kan het uv-licht zien op de zwarte band van het mannetje. Hierdoor zijn ze voor elkaar goed zichtbaar, maar kan een roofdier hen een stuk moeilijker zien.

Zodra er een koppeltje is gevormd gaan ze samen op zoek naar een plek om een nest te maken. Dit is meestal in de holte van een boom of in een nestkastje. Dan beginnen ze aan de bouw van het nestje. Ze gaan driftig op zoek naar alles dat ze hiervoor kunnen gebruiken. Ze nemen blaadjes mee, kleine takjes en mos. Maar ook bijvoorbeeld haren en pluis van dieren (zoals van de hond of kat) en veertjes.

Het is prachtig om te zien als een koolmees nestmateriaal komt zoeken in jouw tuin. Je ziet hem op en aan vliegen met allerlei materialen dat hij kan gebruiken. Laat daarom je tuin een beetje ‘onopgeruimd’. Laat bladeren en takjes en dergelijke liggen. Insecten vinden er hun thuis en de koolmees kan er nestmateriaal vinden. Dus laat hem lekker zoeken tussen je plantenbakken en je bloemen, je zult de hem er erg blij mee maken.

Het leven van de koolmees

Rond april gaat een mannetjes koolmees op zoek naar een partner. Zoals je net al hebt kunnen lezen doen ze dit door veel te zingen. Als er een koppeltje is gevormd gaan ze een nest maken. Het koppeltje blijft meestal voor één of twee nestjes bij elkaar en keren vaak terug naar een door hen eerder gebouwd nest. De ingang van de boomholte of nestkastje wordt gemarkeerd door middel van snavelmarkeringen. Zo weten andere vogels dat deze plek al bezet is.

Zodra het nest klaar is begint het vrouwtje met eitjes leggen. Een koolmees legt 7 tot 15 eieren, waarvan er gemiddeld 6 tot 8 van uitkomen. Het ei van de koolmees is wit met rode vlekken. Het vrouwtje legt iedere dag één ei. Pas als alle eieren gelegd zijn begint ze met broeden.

Het is nu de taak van de man om voor het eten te zorgen. Hij brengt het vrouwtje eten terwijl zij bij de eieren blijft. Na ongeveer twee weken broeden komen de eitjes uit en kruipen de jongen eruit. Vanaf dat moment gaan beide ouders op zoek naar voedsel. Ze vliegen wel honderden keren per dag op en aan met voedsel voor hun jongen.

Na 18 tot 21 dagen vliegen de jonge vogels uit. Toch blijven ze nog zo’n twee à drie weken bij hun ouders in de buurt. Zij leren hun kinderen om voedsel te zoeken en voor zichzelf te zorgen. Dit is vaak een kwetsbaar moment voor de koolmezen. Ze fluiten veel om met elkaar te communiceren en blijven in een groepje bij elkaar in de buurt. Een uitgelezen kans voor roofdieren. De koolmees leert snel en na ongeveer twee weken is de hulp van de ouders niet meer nodig. In die tijd hebben ze de omgeving leren kennen en weten ze waar voedsel te vinden is. De jongen starten nu hun eigen leven en gaan zelf op zoek naar een partner. De koolmees keert vrijwel altijd terug naar zijn geboorteplek of blijft in ieder geval in de buurt. Vaak zal een koolmees ook zijn ouderlijke nest gebruiken voor zijn eigen jongen, mits dit nog niet bezet is.

Wat eet de koolmees?

Tijdens de broedtijd eet de koolmees vooral kleine insecten en de larven van insecten. Verder eten ze kleine spinnen, rupsen, beukennootjes en andere zaden. Ze zijn dol op pinda’s en zonnebloempitten. Dus wil je graag dat koolmezen je tuin komen opvrolijken? Leg dan pinda’s en zonnebloempitten in een voederhuisje.

Jongen eten voornamelijk rupsen die door de ouders worden gebracht. De geboorte van de jongen valt tegelijk met de tijd dat de meeste rupsen actief zijn. Zo is er altijd genoeg voedsel te vinden. Maar doordat de bomen vrijwel ieder jaar eerder in het blad komen te staan, is de rupsenpiek ook steeds vroeger. De koolmees gaat daardoor eerder eieren leggen om aan voldoende voedsel te komen voor hun jongen. Echter zal de kans groot zijn dat dit uiteindelijk niet meer haalbaar is voor koolmezen om nog eerder te beginnen met de broedtijd. Het kan dus voorkomen dat de koolmees een probleem gaat krijgen omdat de broedtijd niet meer samenloopt met de rupsenpiek. En dan zal er te weinig voedsel te vinden kunnen zijn voor de jonge vogels.

De vijand van de koolmees

De koolmees heeft heel wat natuurlijke vijanden, zoals katten en marters. Maar ook verschillende roofvogels zoals de uil en de valk lusten wel een koolmees. Maar voor koolmezen is de sperwer de meest gevaarlijke vijand. De sperwer vliegt vaak rond bij tuinen, de plek waar de koolmees graag vertoeft. De roofvogel vliegt vlak over een heg heen en tussen takken door en grijpt op deze manier een onoplettende koolmees. Maar ook andere kleine vogels vallen vaak ten prooi.

Als er een sperwer in de buurt is en vogels hebben dit in de gaten, dan waarschuwen ze elkaar voor het gevaar. Mezen hebben een special alarmgeluid waardoor ze precies weten of er een roofdier of een roofvogel in de buurt is. Ook de jongen in het nest kennen de waarschuwingssignalen. Zodra zij een mees horen waarschuwen voor bijvoorbeeld een roofvogel, dan drukken de jongen zich plat op het nest.

De slang lust ook graag een (jonge) koolmees. Helaas kan een slang gemakkelijk door de ingang van een boomholte kruipen en zo bij de jongen komen. Jezelf klein maken en plat drukken op het nest heeft dan geen zin. Horen de jongen dat de mezen waarschuwen voor een slang? Dan springen de jonge vogeltjes het nest uit in de hoop dat ze dan veilig zijn.

Omdat de koolmees veel vijanden kent, is het voor hem belangrijk om niet op te vallen. Ze zijn dan ook zeer opgeruimd. Ze beschermen hun nest en hun jongen door niets achter te laten wat kan wijzen op hun aanwezigheid. De resten van de eieren worden meteen na het uitbroeden naar een plek ver weg van het nest gebracht. Ook de ontlasting van de jongen, die in een speciaal soort zakje zit, wordt zorgvuldig opgeruimd door de ouders. Op deze manier laten ze geen sporen achter waaraan een vijand hun aanwezigheid kan opmerken.

Lees meer prachtige vogelverhalen op onze website. Bijvoorbeeld over het winterkoninkje, die zijn naam niet echt eer aan doet. Of over de indrukwekkende kraanvogel, die na vele jaren weer is teruggekeerd in ons land.

Wolfspoot

ONTDEK DE PRACHTIGE NEDERLANDE NATUUR